PFAS-problematiek in Vlaams bedrijfsafvalwater/bemalingswater

Onderstaande paragrafen geven een situering van de PFAS-problematiek in Vlaanderen wat betreft PFAS-emissies via bedrijfsafvalwater en PFAS-concentraties in ondiep grondwater in Vlaanderen die relevant zijn voor bemalingen. Het doel van deze paragrafen is een inzicht te geven in welke verscheidenheid aan PFAS en PFAS-concentraties verwacht kunnen worden bij de respectievelijke behandeling van met PFAS belast afvalwater of bemalingswater.

Bedrijfsafvalwater

Door de productie en wijdverspreide toepassing van PFAS in industrie komen PFAS in het bedrijfsafvalwater van een groot aantal bedrijven terecht. In sommige gevallen is dit het gevolg van de doelgerichte vorming van PFAS in de productie of het intentioneel gebruik van PFAS in specifieke toepassingen. In andere gevallen kan dit het gevolg zijn van het feit dat bedrijven specifieke producten/grondstoffen gebruiken waarin PFAS aanwezig zijn zonder dat bedrijven daarvan specifiek op de hoogte zijn. Daarnaast kan PFAS ook in het bedrijfsafvalwater terechtkomen door de aanwezigheid van PFAS in het gecapteerd oppervlaktewater of grondwater door een eventuele historische bodemverontreiniging (vb. blusoefenterreinen). In de afvalverwerkingssector worden eveneens PFAS-houdende afvalstromen opgeslagen en verwerkt wat vervolgens kan resulteren in percolaatwater van de opslag en PFAS-houdend afvalwater van het verwerkingsproces. Zij hebben daardoor geen directe controle over de concentratie aan PFAS die verwerkt dient te worden.

Figuur 8 geeft een overzicht van de gemiddelde PFAS concentraties van één jaar in het bedrijfsafvalwater van bedrijven met PFAS in het afvalwater over alle sectoren heen in Vlaanderen voor de jaren 2017, 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022 op basis van metingen van VMM (metingen onder de bepalingsgrens zijn niet mee opgenomen in deze gemiddelde waarden). De horizontale, rode stippellijn stelt de toenmalige rapportagegrens voor van individuele PFAS in afvalwater (0,1 µg/l) en de horizontale volle lijn stelt de huidige rapportagegrens (20 ng/l) voor de meeste PFAS voor (6:2 FTS kan in bedrijfsafvalwater enkel indicatief bepaald worden met een rapportagegrens van 50 ng/l). Het is belangrijk om bij deze meetgegevens te vermelden dat per jaar geen volledig beeld van de PFAS concentraties wordt geschetst omdat vaak een beperkte set aan parameters werd gemeten. Bovendien evolueren de meetmethodes continue waardoor in het verleden minder PFAS gemeten konden worden dan nu (zie paragraaf 2.4). Uit Figuur 8 valt onmiddellijk op dat er een grote spreiding zit op de concentratie en het type PFAS die aanwezig zijn in de verschillende bedrijfsafvalwaters. Concentraties van individuele PFAS kunnen variëren van waarden dicht tegen de rapportagegrens van 20 ng/l tot waarden van meer dan 5 mg/l. Dit bevestigt dat er een grote verscheidenheid aan concentratie en samenstelling mogelijk is voor bedrijfsafvalwater. Over het algemeen valt op dat doorheen de jaren een dalende trend waar te nemen is tot onder de toenmalige rapportagegrens (0,1 µg/l) voor de langere keten PFAS zoals PFOS, PFOA en PFHpA. Voor de kortere keten PFAS is over de jaren heen die trend nog niet waar te nemen en zit er steeds een grote spreiding op de concentraties in het afvalwater tot 2021. In 2022 liggen duidelijk meer metingen inclusief deze van korte keten PFAS onder de toenmalige rapportagegrens van 0,1 µg/l. Dit weerspiegelt de recente inspanningen die bedrijven reeds geleverd hebben om hun PFAS-emissies te verlagen.

Figuur 8: Evolutie van individuele PFAS emissies in Vlaanderen voor alle bedrijven met PFAS in het bedrijfsafvalwater waarvoor data beschikbaar was in de jaren 2017, 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022. Elk punt stelt de gemiddelde concentratie PFAS van alle metingen van dat jaar voor van individuele PFAS afkomstig van één bedrijf. De metingen onder de toen geldende bepalingsgrens zijn niet mee opgenomen in deze gemiddelde waarden. De horizontale, rode stippellijn stelt de toenmalige rapportagegrens voor individuele PFAS (0,1 µg/l) voor en de horizontale volle rode lijn stelt de huidige rapportagegrens (0,02 µg/l) voor de meeste PFAS voor (m.u.v. 6:2 FTS) (VMM, 2023).

 

Figuur 9: Individuele PFAS emissies in Vlaanderen voor alle bedrijven met PFAS in het bedrijfsafvalwater waarvoor data beschikbaar was in de jaren 2017, 2018, 2019,2020, 2021 en 2022. Elk punt stelt de gemiddelde concentratie PFAS van alle metingen van dat jaar van individuele PFAS afkomstig van één bedrijf uit een bepaalde sector. De metingen onder de toen geldende bepalingsgrens zijn niet mee opgenomen in deze gemiddelde waarden. De horizontale, rode stippellijn stelt de toenmalige rapportagegrens voor individuele PFAS (0,1 µg/l) voor en de horizontale volle rode lijn stelt de huidige rapportagegrens (0,020 µg/l) voor de meeste PFAS (m.u.v. 6:2 FTS) voor (VMM, 2023).

Figuur 9 geeft een meer gedetailleerd overzicht van de gemiddelde PFAS concentraties in het bedrijfsafvalwater per sector over de zes jaren 2017, 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022 heen. Hieruit valt op dat de meeste bedrijven waarvoor PFAS emissies worden waargenomen in het bedrijfsafvalwater, afkomstig zijn uit de sectoren  afval en afvalwater, en chemie. Deze sectoren vertonen eveneens de grootste spreiding op PFAS emissies, waarvan een groot aantal bedrijven emissies vertonen van lange keten PFAS onder de toenmalige rapportagegrens (0,1 µg/l), maar waar de emissies van de korte keten PFAS voornamelijk boven de toenmalige rapportagegrens zit. Hierbij dient vermeld te worden dat bij de sector afval en afvalwater afvalstromen verwerkt worden komende uit de verschillende andere sectoren waaronder ook huishoudelijk afvalwater. Het feit dat hier nog steeds PFAS gemeten worden, bevestigt het persistente karakter van deze PFAS. Op basis van een onderzoek binnen chemische sector werd vastgesteld dat het grootste deel van deze bedrijven PFAS in het afvalwater hebben door de opname van oppervlaktewater dat verontreinigd was met PFAS, door de aanwezigheid van een PFAS-verontreinigd blusoefenterrein of door bronbemaling (vb. door buurbedrijf). Een kleinere fractie heeft PFAS in het afvalwater door productie of intentioneel gebruik van PFAS (Input leden BC, 2022). Bij de sectoren zoals papier en textiel worden slechts beperkte PFAS emissies waargenomen. Dit is mogelijk te verklaren door het feit dat dit water intensieve sectoren zijn waar veel water wordt hergebruikt en maar beperkte hoeveelheden worden geloosd, waardoor minder PFAS emissies mogelijk zijn. Een voorbeeld hiervan is het procesbad bij de textielbedrijven dat maximaal gerecupereerd wordt voor een volgend gebruik. Wat niet langer kan gerecupereerd worden wegens bijv. verontreiniging wordt opgevangen en extern verwerkt. Ook het eerste spoelwater wordt apart gehouden voor externe verwerking (zie o.a. BBT micropolluenten voor de textielindustrie) (Input leden BC, 2022). Ten slotte valt op dat er in het verleden relatief hoge PFAS emissies waargenomen werden in de voedingssector, terwijl dit in de literatuur niet wordt vermeld als een relevante emissiebron. Mogelijks gaat het hier om PFAS aanwezig in voedselverpakking, het gebruikte water, de voedingsmiddelen zelf en/of in reinigings- of onderhoudsmiddelen. Bij de overige diensten worden vooral lage, recente emissies van PFOA en PFOS waargenomen en hogere emissies korte en lange keten PFAS in het verleden. Hieronder vallen hoofdzakelijk de wasserijen.

Bemalingswater/grondwater

Bij bemalingen wordt grond- en bodemwater opgepompt en afhankelijk van de situatie terug in de ondergrond gebracht, of geloosd op de riolering of oppervlaktewater. Door de productie en wijdverspreide toepassing van PFAS in industrie en in huishoudelijke producten in combinatie met hun persistente en mobiele eigenschappen, zijn PFAS wijdverspreid in het milieu waaronder ook in het grondwater. Om een beter zicht te krijgen op de ‘achtergrondconcentraties’ en dus de diffuse verspreiding van PFAS in het grondwater in Vlaanderen, heeft de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een ruime screening uitgevoerd. De meetcampagne diende de aanwezigheid te bepalen van 45 PFAS-verbindingen in het freatisch grondwater (ter hoogte van 194 willekeurig aangeduide locaties in Vlaanderen). Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat van de meeste stoffen die werden teruggevonden (17 stoffen werden gedetecteerd - 28 stoffen werden niet terug gevonden), het om de kortere koolstofketens gaat die gekenmerkt zijn door een betere mobiliteit in water. In 88% van de meetlocaties werden PFAS concentraties gemeten. Volgende stoffen komen in minstens de helft van de meetlocaties voor in het ondiepe grondwater: PFBS (66%), PFOA (65%), PFBA (52%) en/of PFOS (50%). Verder komen PFHxA, PFPeA, PFHxS en PFHpA op minstens 25% van de meetlocaties voor (Figuur 10). De PFAS-parameters die het meest frequent voorkomen, gaan ook gepaard met hogere concentraties. Indien rekening gehouden wordt met het meest strenge toetsingskader dat gehanteerd werd in deze studie (de norm van 4,4 ng/l PFAS-20), is te zien dat in 46% van de locaties de norm overschreden wordt. Er zijn nog plaatsen in Vlaanderen waar geen PFAS wordt gedetecteerd, behalve in de provincie Antwerpen en omgeving. Hier worden net het meest aantal locaties met detectie van meerdere stoffen teruggevonden, met hogere concentraties en uitschieters (VMM, 2022).

Figuur 10: Aantal gedetecteerde PFAS-parameters per meetlocatie in Vlaanderen (VMM, 2022).

 

Figuur 11: Verspreiding en concentratie (ng/l) van (A) PFBS en (B) PFOS in ondiep freatisch grondwater in Vlaanderen (Overgenomen en aangepast uit VMM, 2022).

De teruggevonden individuele PFAS achtergrondconcentraties variëren afhankelijk van de type component. Vooral korte keten PFAS zoals PFBS en PFBA worden teruggevonden in hogere concentraties tot 280 ng/l voor PFBS. Echter wordt in het overgrote deel van Vlaanderen lagere achtergrondconcentraties tussen 10 – 60 ng/l aangetroffen (Figuur 11A). De lange keten concentraties zoals voor PFOS liggen over het algemeen lager in Vlaanderen met de hoogste concentraties tot 50 ng/l (Figuur 11B).

Aangezien er op het moment van het opstellen van dit rapport in Vlaanderen geen normen vastgelegd waren voor het grondwater, werd in het rapport rekening gehouden met vier voorgestelde normenkaders (VMM, 2022):

  • Norm 0,5 µg/l voor de  som van alle gemeten PFAS wordt overschreden op 1 locatie (<1% van de locaties);
  • Norm 0,1 µg/l voor de som van 20 PFAS van de Drinkwaterrichtlijn (EU Richtlijn 2020/2184) werd overschreden door 12 locaties (6%);
  • Risicogrens 0,004 µg/l voor de som van de EFSA-4 stoffen (PFOS, PFOA, PFNA, PFHxS) werd op 75 locaties (39%) overschreden;
  • Risicogrens 0,0044 µg/L PFOA-equivalent voor de som van 20 PFAS van de Drinkwaterrichtlijn (EU Richtlijn 2020/2184) berekend op basis van ‘Relative Potency Factor’ (RPF) per stof (indien niet gekend: RPF=1) werd op 90 locaties (46%) overschreden.

Naast deze achtergrondconcentraties zijn er ook verhoogde PFAS concentraties waar te nemen in grondwater van risicolocaties. In 2018 werd door OVAM reeds een onderzoek gevoerd naar de aanwezigheid van PFAS in grondwater, bodem en waterbodem ter hoogte van risicoactiviteiten in Vlaanderen. Hierin werd aangetoond dat er een grote variabiliteit is in de concentraties PFAS van risicolocaties (totaal van 18 locaties). De grootste concentraties werden waargenomen in brandweeroefenplaatsen van verschillende sectoren, brandweerkazernes en militaire locaties (1 – 2200 µg/l) gevolgd door stortplaatsen (0,5 – 4,5 µg/l), textielindustrie (0,1 – 1,5 µg/l), coatingsindustrie (0,1 – 0,5 µg/l) en oppervlaktebehandelingsindustrie (0 – 0,1 µg/l). In het grondwater van deze risicolocaties werd relatief het meest PFOS, PFOA en 6:2 FTS teruggevonden, maar ook korte keten PFAS zoals PFBS en hoofdzakelijk PFCA’s werden ook aangetroffen (OVAM, 2018). In het kader van de opdracht van de Vlaamse PFAS opdrachthouder werd de PFAS-verkenner opgesteld. Deze tool geeft een overzicht van bijkomende risicolocaties waar voornamelijk historische verontreinigingen van bodem en grondwater hebben plaatsgevonden door het testen van blusschuimen of waar deze ingezet werden om een zware industriële brand te blussen. Deze locaties werden vastgesteld op basis van verkennende bodemonderzoeken door OVAM en AZG. Deze locaties zijn bijkomende risicolocaties voor grondwater en bemalingen.