Pomp voor het lossen van tankwagens en/of tankcontainers

Pompen worden gebruikt om LNG via leidingen en/of slangen van de tankwagen of -container naar de opslagtank te stuwen.

Het vullen van een LNG-opslagtank kan gebeuren met behulp van een pomp, maar is evenwel niet vereist. Een pomp zal de overslag evenwel versnellen t.o.v. een overslag door drukverschil tussen leverende en ontvangende tank.

Voor het starten van de pomp moet deze eerst worden afgekoeld naar gebruikstemperatuur. Dit gebeurt door het vullen van het pompcircuit met vloeistof uit de tank. Deze pomp is altijd lager dan het vloeistofniveau in de tank geplaatst. Als de pomp is afgekoeld tot gebruikstemperatuur kan deze worden gestart (PGS 33-1, 2013).

 

TYPE

Het lossen van een tankcontainer of tankwagen op een LNG-tankstation gebeurt standaard met een cryogene centrifugale pomp die gemonteerd is op de tankwagen of tankcontainer.

 

NOMINAAL LOSDEBIET

Het lossen van een tankcontainer of tankwagen op een LNG-tankstation gebeurt typisch aan een debiet van 400 tot 600 l/min (11 tot 16 ton/h).

Centrifugale pompen voor tankwagens en tankcontainers zijn beschikbaar voor debieten tot maximaal 1.200 l/min (onbelast).

 

SLANGDIAMETER

De koppeling tussen de tankcontainer of tankwagen en het vulpunt op de opslagtank wordt meestal gerealiseerd door een cryogene flexibele slang met een diameter van DN40 (600 l/min). DN50 (900 l/min) of DN80 komen ook voor.

 

VULLEIDING

De vaste bovengrondse of ondergrondse vulleiding heeft een diameter van DN40 of DN50, een beperkte lengte (max. 75 m) en is standaard voorzien van een terugslagklep en ESD-afsluiters. Meestal wordt gebruik gemaakt van topvulling bij het lossen van de tankcontainer of tankwagen op het station.

 

NOMINALE TEMPERATUUR EN DRUK TIJDENS LOSSING

De nominale temperatuur van het LNG tijdens het lossen van de tankwagen of tankcontainer is gelijk aan de temperatuur van het LNG in de tankwagen of tankcontainer bij aankomst op het station. Met betrekking tot de druk in de losslang en vulleiding wordt rekening gehouden met een opvoerdruk van de pomp van 10 bar (M-Tech, 2017). De reguliere opvoerdruk van een trailerpomp ligt weliswaar rond 12 bar. Met maximale inlaatdruk van 7 bar kan dit dus oplopen richting 19 bar als design pressure. Er zijn pompen met een nog hogere opvoerdruk (Shell, 2017).

 

DOORZET

De beoogde jaarlijkse doorzet van bestaande en geplande LNG-tankstations varieert van 2.500 m³ (1.100 ton) tot 10.000 m³ (4.400 ton) per jaar, wat overeenkomt met ca. 60 tot 240 losbeurten van een LNG-tankwagen en ca. 5.000 tot 20.000 tankbeurten door LNG-aangedreven vrachtwagens per jaar.

 

VEILIGHEIDSMAATREGELEN

Standaard wordt de losinstallatie op het tankstation voorzien van een noodstopsysteem dat minstens manueel door de chauffeur van de tankwagen kan worden geactiveerd. Automatische activatie door gasdetectie of lekdetectie op het tankstation is ook mogelijk.

Verder zijn de meeste tankstations uitgerust met een terugslagklep in de vulleiding.