aanvoer

Afhankelijk van de schaalgrootte van de (mest)covergistingsinstallaties zijn de inputstromen afkomstig van het eigen landbouwbedrijf (kleinschalig; vergisting op boerderijniveau) of worden deze aangevoerd van verschillende landbouwbedrijven en/of voedingsbedrijven (grootschalig; centrale vergistingsinstallaties). Een tussenvorm (medium-scale) komt ook voor wanneer een aantal landbouwers, die in elkaars nabijheid zijn gelegen, samen een gezamenlijke vergistingsinstallaties oprichten. Inputstromen worden mogelijk ook als een gebruiksklare mix ingenomen (bedrijfsbezoeken, 2011).

Tussen de verschillende bedrijfsgedeelten, enerzijds het onrein/inputgedeelte en anderzijds het rein/output gedeelte, is veelal een fysische scheiding voorzien. Door een goede bedrijfsvoering en optimalisatie van de voertuigbewegingen kan de omvang van de onreine zones zoveel mogelijk beperkt worden. Alle bereden oppervlakken en in het bijzonder de losplaatsen van mest en overige inputstromen dienen voorzien te zijn van verharde oppervlakken. Door het voorzien van waterdichte vloeren op alle locaties waar insijpeling van N of P verwacht kan worden, kunnen emissies naar de bodem en/of het water beperkt worden. Om lekken te voorkomen worden vloeistofdichte snelkoppelingen veelal voorzien voor de overslag van vloeibare stromen (bv. tussen gesloten voorraadkelder en vrachtwagen). Door het voorzien van een dubbel kleppensysteem kan de aanvoer via één gesloten circuit gebeuren (bv. voorraadkelder-aanvoerdarm-vrachtwagen). Na het lossen kan morsen van mest beperkt worden door de mestdarm leeg te blazen met behulp van hoge druk. Het lossen van geurveroorzakende stromen (naar schatting het geval voor 90% van de inputstromen) dient te gebeuren in een gesloten ruimte in onderdruk. De met geur beladen lucht dient te worden gerecupereerd (via een retoursysteem op de vrachtwagen) of afgezogen (puntafzuiging) te worden en geleid te worden naar een geschikte (combinatie van) end-of-pipe luchtbehandelingstechniek(en). Opvolging, controle en onderhoud van de toegepaste techniek(en) zijn belangrijk.

Aanvoer van inputstromen, zoals ook afvoer van outputstromen, gaat gepaard met transportbewegingen (bv. vrachtwagens of tractoren met aanhangwagen). Voor een vergistingsinstallaties met een totale jaarlijkse verwerkingscapaciteit van 60.000 ton komt dit in de praktijk naar schatting neer op 3600 transportbewegingen per jaar (d.i. ongeveer 15-tal per dag). Bij vergistingsinstallaties met een kleinere totale jaarlijkse verwerkingscapaciteit (bv. maximaal 25.000 ton), is het aantal transportbewegingen eerder beperkt, bv. 3-5 per dag (bedrijfsbezoeken, 2011).