Afvalwaterkwaliteit

Uit de onderstaande tabel blijkt dat verschillende lozingsparameters van zwembaden boven de basismilieukwaliteitsnorm of boven de norm voor het lozen van stedelijk afvalwater zitten. De onderstaande waarden zijn afkomstig van schepstalen en tijdsgebonden stalen. De effluentstalen werden gemeten aan het lozingspunt van het zwembad (complex) en omvatten naast het spoelwater van het zwembad ook het sanitaire afvalwater van douches, toiletten en horeca. Hieronder wordt enkel gekeken naar parameters die een link hebben met de zwembadactiviteit. Het sanitaire afvalwater kan qua samenstelling gelijk gesteld worden aan huishoudelijk afvalwater.

De hoge waarden voor sommige parameters werden mogelijk gemeten op het ogenblik dat de filters teruggespoeld werden. In de 'Tabel: samenstelling van de lucht en het bad- en spoelwater bij gebruik van chloor (en broom) in binnenbaden' wordt een overzicht gegeven van de concentratie van deze parameters in het zwembadwater en in het spoelwater. Daaruit blijkt dat de hoogste concentraties waargenomen worden in het spoelwater.

Tabel: Effluentgegevens van zwembaden in Vlaanderen en de geldende normen (bron VMM 2009 – 2010)

effluent

 

gemiddelde

mediaan

range

toetswaarde

BZV

mg/l

368 (75 metingen)

349

4 – 1 350

25 (2)

CZV

mg/l

907 (76 metingen)

754

10 – 3 930

125 (2)

zwevende stoffen

mg/l

406 (87 metingen)

220

0 – 3 600

35 à 60 (2)

 

N totaal

mg/l

67 (76 metingen)

72

3,8 - 150

10 à 15 (2)

P totaal

mg/l

11 (76 metingen)

11

0,054 – 32

1 à 2 (2)

chloriden

mg/l

111 (54 metingen)

84

57 – 310

120 (1)

Ag

µg/l

alle waarden kleiner dan de detectielimiet

(45 metingen)

0,4 (1)

As

µg/l

alle waarden kleiner dan de detectielimiet

(46 metingen)

5 (1)

Cd

µg/l

alle waarden kleiner dan de detectielimiet

(45 metingen)

0,001

0,8 (1)

Cr

µg/l

5,91 (45 metingen)

5,00

0 - 20

50 (1)

Cu

mg/l

0,0284 (52 metingen)

0,0240

0 – 0,061

0,050 (1)

Hg

µg/l

0,52(33 metingen)

mediaan kleiner dan
detectielimiet

0 - 13

0,3 (1)

Ni

µg/l

2,39 (45 metingen)

mediaan kleiner dan
detectielimiet

0 – 20,0

30 (1)

Pb

µg/l

2,52 (45 metingen)

mediaan kleiner dan
detectielimiet

0 – 18,0

50 (1)

Zn

µg/l

97,2 (45 metingen)

82,5

23,0 - 280

200 (1)

AOX (3)

µg/l

495 (12 metingen)

445

1731 460

40 (1)

1: indelingscriterium gevaarlijke stoffen uit de bijlagen van het Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, voor wat betreft de milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewateren, waterbodems en grondwater.

2: gebaseerd op bijlage 5.3.1 De lozing van stedelijk afvalwater van VLAREM II.

3: Uit ervaring bij LNE afdeling Milieu-inspectie blijkt dat waterstalen met hoge chloride concentraties vaak afwijkende en twijfelachtige resultaten opleveren voor AOX. Uit onderzoek hieromtrent (Van Deun et al, 2009) blijkt dat hoge zoutconcentraties interfereren met AOX. Na dit onderzoek werd beslist om de WAC methode voor de bepaling van AOX aan te passen. Het is deze aangepaste WAC-methode die gebruikt is door VMM voor de AOX-analyses vermeld in deze tabel.

BZV, CZV, N totaal, P totaal, zwevende stoffen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de zwembaden niet voldoen aan de normen voor het lozen van stedelijk afvalwater, zoals deze worden opgelegd aan RWZIs voor BZV, CZV, N en P. Aangezien de zwembaden, waarvan deze gegevens afkomstig zijn, lozen op riool, geeft dit geen probleem. Uit 'Tabel: samenstelling van de lucht en het bad- en spoelwater bij gebruik van chloor (en broom) in binnenbaden' blijkt dat vooral sanitair afvalwater aan de basis ligt van de hoge vrachten.

Zware metalen

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de lozingsconcentraties van sommige metalen boven de basismilieukwaliteitsnormen zitten.

De effluentwaarden voor koper en zink liggen in uitzonderlijke gevallen (zie Figuur 1) boven de basismilieukwaliteitsnorm (= het indelingscriterium).

Figuur 1: Effluentgegevens voor koper en zink van zes zwembaden (gegevens VMM 2009-2010).

Chloriden

Figuur 2 geeft een overzicht van de chloridenconcentraties, welke sterk gelinkt zijn aan het zwembadproces.

Enerzijds is er de VLAREM norm voor chloriden in het zwembadwater van 800 mg/l. Zwembaden met een laag waterverbruik (zuinige technieken of hoog hergebruik), zullen in het zwembadwater chloridenconcentraties hebben die vrij dicht bij de 800 mg/l liggen. Zwembaden die meer suppletiewater toevoegen (en dus veel minder zuinig zijn op gebied van water- en energieverbruik), zullen lagere emissies voor chloriden hebben.

Anderzijds wordt de uiteindelijke effluentkwaliteit ook sterk bepaald door de randactiviteiten van het zwembad. Indien er grote hoeveelheden sanitair water uit horeca activiteiten of randactiviteiten (sportcomplex) wordt toegevoegd, zullen de chloridenconcentraties lager zijn.

Figuur 2: Effluentgegevens voor chloriden van zes zwembaden (gegevens VMM 2009-2010).

AOX

Belangrijkste verontreinigsparameter is echter AOX die continue hoger ligt dan de basismilieukwaliteitsnorm en welke volledig te wijten is aan het desinfecteren – oxideren met producten op basis van chloor. (De metingen omvatten enkel zwembaden die chloor als desinfectiemiddel gebruiken.)

Figuur 3: Effluentgegevens voor AOX van zes zwembaden (gegevens VMM 2009-2010).

Voor natuurlijke zwembaden geldt dat zij bij hoge neerslag het teveel aan water overstorten richting riool of oppervlaktewater. Dit water bevat, bij normaal gebruik, geen milieuschadelijke stoffen.