Beschikbare milieuvriendelijke technieken

In dit deel lichten we de verschillende maatregelen toe die in de sector van asfaltcentrales geïmplementeerd kunnen worden om milieuhinder te voorkomen of te beperken. De milieuvriendelijke technieken worden besproken per milieudiscipline. De technieken en maatregelen zijn onderverdeeld in de disciplines grond-, hulp- en afvalstoffen, lucht, energie, geluid, bodemafvalwater en code van goede praktijk maatregelen.

Bij de bespreking van de milieuvriendelijke technieken komen telkens volgende punten aan bod:
 

  • beschrijving van de techniek
  • toepasbaarheid van de techniek
  • milieuaspecten van de techniek
  • financiële aspecten van de techniek

De informatie in dit deel vormt de basis waarop de BBT-evaluatie zal gebeuren. Het feit dat een techniek in dit hoofdstuk besproken wordt, betekent m.a.w. niet per definitie dat deze techniek BBT is.

 

Toon enkel technieken...
Aspecten
...op...
Beste beschikbare techniek
Milieuvriendelijke techniekTechnische aspectenMilieuaspectenBBT
BewezenAlgemeen toepasbaarInterne veiligheidKwaliteitGlobaal - technischMateriaalAfvalwaterLuchtBodemStof en geurAfvalEnergieGeluid en trillingenGlobaal - milieuEconomisch
Materialengebruik
Algemene maatregelen om materiaalverlies te beperkenJa
Hergebruik van afgekeurde productiemengsels en proefstukkenJa
Vervangen van minerale materialen door alternatieve materialenvgtg 2
Vervangen van bitumen door alternatieve materialen (dakbaanbitumen, rubbermeel)vgtg 4
Gebruik van biobased bitumenNee
Inzetten van asfaltgranulaat (AG)Ja
Koude toevoeging van recyclage materiaalvgtg 8
Warme toevoeging van recyclage materiaal door middel van een paralleltrommelvgtg 11
Combinatie koude en warme toevoeging van recyclage materiaal vgtg 13
Recyclage van asfaltgranulaten door toevoeging van verjongingsolieNee
Lucht
Algemene maatregelen voor de beperking van stofverspreidingJa
Besproeien van opslag en bewegingsroutesvgtg 16
Plaatsen van een windscherm rond het terreinJa 17
Stofbeperkende maatregelen bij open opslag van stuifgevoelige materialenJa
Stofbeperkings- maatregelen bij gesloten opslag van vulstoffenJa
Beperking van verspreiding van stof bij transportsystemen voor stuifgevoelige materialenJa
Stofdicht inkapselen van installatieonderdelen voor gedroogde (warme) materialenJa
Centrale ontstoffing door voorafscheider (cycloon) en doekenfilterJa
Periodiek onderhoud en opvolging van de doekenfilterJa
Overschakeling naar brandstoffen met een laag zwavelgehalteJa 18
Continue optimalisatie van het verbrandingsprocesJa
Beperken van de behandelingstemperatuur Ja
Paralleltrommelconstructie met volledige vlamafschermingJa
Paralleltrommel met hetegasgeneratorNee
Paralleltrommel met volledige scheiding van de verbrandingsgassen en granulaten Nee
Verhoogd emissiepunt (schoorsteen)vgtg 19
Emissiepunt (schoorsteen) met verhoogde dispersievgtg 20
Naverbranding van bitumendampen via de primaire droogtrommelNee 21
Gebruik van een bitumenpomp bij het vullen van bitumentanksJa
Gebruik van een waterslot voor bitumentanksJa
Gebruik van een dampretoursysteem bij het vullen van bitumentanksNee 22
Gebruik van actiefkoolfilters voor bitumentanksNee 23
Inkapselen van menger tot aan asfaltwachtsilo’sJa 24
Automatisch sluitende laaddeurenJa 25
De laadbak van de vrachtwagens onmiddellijk afdekkenJa
Inkapselen van laadstation van de vrachtwagensvgtg 26
Minder vluchtig, biodegradeerbare anti-kleefolie gebruikenJa
Geurneutralisatie via parfum vernevelingvgtg 28
Geurneutralisatie via toevoeging aan bitumenvgtg 30
Energie
Maatregelen voor het beperken van het vochtgehalte in de mineralenJa
Overdekte opslag van minerale materialen en asfaltgranulaatvgtg 31
Isoleren van de droogtrommel(s)Ja
Beperken van de lekluchthoeveelheid van de droogtrommel(s)Ja
Verlagen van de afgastemperatuur van de droogtrommel(s)Ja
Isoleren van bitumentanksJa
Doordachte opstelling van bitumentanksJa
Doordachte temperatuurssturing van bitumentanksJa
Regelmatig onderhoud van bitumentanksJa
Optimaal benutten van productiecyclusJa
Energie-efficiëntie van elektromotoren verhogen Ja
Asfaltproductie bij verlaagde temperatuur vgtg 32
Geluid
Gebruik van geluidsarme motoren en ventilatorenJa
Gebruik van ingekapselde compressoren voor de overslag van vulstoffenJa
Aantal transportbewegingen beperken door gebruik van watertransportvgtg 33
Aantal transportbewegingen beperken door goede logistieke planningJa
Toepassen van geluidsdempers voor branders en ventilatorenJa
Beperken van de productie tot dagregimevgtg 34
Bodem
Plaatsen met lekgevaar voorzien van een vloeistofdichte ondergrondJa
Lekbakken en dubbelwandige stockagetanks voor brandstoffenJa
Inrichting voor het verstuiven van anti-kleefolie Ja
Water
Overdekte opslag van asfaltgranulatenvgtg 35
Gebruik van een olie/waterafscheider bij afwatering van het terreinJa 36
  • Legende
  • +
    Positief effect
  • 0/+
    Soms geen, soms positief effect
  • 0
    Geen/verwaarloosbaar effect
  • -/0
    Soms negatief, soms geen effect
  • -
    Negatief effect

1 Het energieverbruik van de asfaltcentrale zelf zal niet dalen maar de energie voor transport van mineralen wel waardoor het energieverbruik voor het aanleggen van een asfaltverharing in zijn totaliteit daalt.

2 Indien het vervangend materiaal de kwaliteit niet beïnvloedt en er geen bijkomende milieubelasting ontstaat. De mogelijkheid tot vervanging is afhankelijk van het bestek (SB250 vormt de basis van de meeste opdrachten) of de gevraagde prestaties, de toepassing en de beschikbaarheid van de alternatieve materialen. De asfaltcentrale heeft weinig keuze omdat de opdrachtgever bepaalt welke materialen er gebruikt moeten worden.

3 Sterk afhankelijk van de prijzen van de alternatieve materialen welke onderhevig zijn aan sterke prijsschommelingen en de energieprijzen.

4 De mogelijkheid tot vervanging is afhankelijk van het bestek (SB250 vormt de basis van de meeste opdrachten) of de gevraagde prestaties, de toepassing en de beschikbaarheid van de alternatieve materialen. De asfaltcentrale heeft weinig keuze omdat de opdrachtgever bepaalt welke materialen er gebruikt moeten worden.

5 Momenteel zijn biobased bitumen zeer kostelijk t.o.v. standaard bitumen.

6 Het energieverbruik van de asfaltcentrale zelf zal niet dalen maar de energie voor transport van mineralen wel waardoor het energieverbruik voor het aanleggen van een asfaltverharing in zijn totaliteit daalt.

7 Het energieverbruik van de asfaltcentrale zelf zal niet dalen maar de energie voor transport van mineralen wel waardoor het energieverbruik voor het aanleggen van een asfaltverharing in zijn totaliteit daalt.

8 Warme toevoeging d.m.v. een paralleltrommel is BBT voor nieuwe installaties. Op basis van financiële en bedrijfsspecifieke toestand kan bij bestaande installaties geopteerd worden voor koude toevoeging.

9 Te hoge temperaturen in de parallleltrommel kunnen leiden tot bitumendampen en zelfs verbranding. Onder normale omstandigheden is er geen invloed.

10 Het energieverbruik van de asfaltcentrale zelf zal niet dalen maar de energie voor transport van mineralen wel waardoor het energieverbruik voor het aanleggen van een asfaltverharing in zijn totaliteit daalt.

11 Warme toevoeging d.m.v. een paralleltrommel is BBT voor nieuwe installaties. Op basis van financiële en bedrijfsspecifieke toestand kan bij bestaande installaties geopteerd worden voor koude toevoeging.

12 Het energieverbruik van de asfaltcentrale zelf zal niet dalen maar de energie voor transport van mineralen wel waardoor het energieverbruik voor het aanleggen van een asfaltverharing in zijn totaliteit daalt.

13 Door de beperkingen van het SB250 is de recyclage graad niet hoger dan bij warme toevoeging.

14 De innovatie ‘100% gerecycled asfalt’ is als octrooi vastgelegd.

15 Het energieverbruik van de asfaltcentrale zelf zal niet dalen maar de energie voor transport van mineralen wel waardoor het energieverbruik voor het aanleggen van een asfaltverharing in zijn totaliteit daalt.

16 Deze maatregel kan genomen worden indien na het nemen van de maatregelen in 4.2.1 er nog visueel waarneembare stofverspreiding plaatsvindt.

17 Afhankelijk van de karakteristieken van het terrein.

18 Inzetten van brandstoffen met laag zwavelgehalte is BBT. Speciek voor aardgas kan de beschikbaarheid van een gasnet een belemmering vormen.

19 Deze maatregel kan geimplementeerd worden indien er sprake is van hinder.

20 Deze maatregel kan geimplementeerd worden indien er sprake is van hinder.

21 Door extra lucht tot te voegen aan de brander kan het verbrandingsproces verstoord worden. Dit kan leiden tot verhoging van emissies i.p.v. beperking ervan.

22 De techniek heeft een hoge kostprijs en is niet algemeen inzetbaar doordat de afsaltcentrale voor de implementatie afhankelijk is van de bitumentransporteur.

23 De techniek is voor asfaltcentrales niet kosteneffectief t.o.v. 4.2.19. Een asfaltcentrale is echter vrij om deze techniek alsnog in te zetten.

24 BBT voor nieuwe installaties. Bestaande installaties kunnen deze maatregel implementeren indien er sprake is van hinder.

25 Deze maatregel kan geimplementeerd worden indien er sprake is van hinder.

26 Deze maatregel kan geimplementeerd worden indien er sprake is van hinder.

27 De exploiteur moet voldoende op de hoogte zijn van de samenstelling en de effecten van gebruikte producten om extra emissies te voorkomen.

28 Deze maatregel kan geimplementeerd worden indien er sprake is van hinder.

29 De exploiteur moet voldoende op de hoogte zijn van de samenstelling en de effecten van gebruikte producten om extra emissies te voorkomen.

30 Deze maatregel kan geimplementeerd worden indien er sprake is van hinder.

31 De techniek vraagt een grote initiële investering. Op basis van financiële en bedrijfsspecifieke toestand is het aangewezen om de techniek in te zetten.

32 Het toepassen van deze techniek wordt bepaald door de opdrachtgever. Indien er geen vraag is, is er geen motivatie om in deze techniek te investeren.

33 BBT indien de asfaltcentrale nabij een waterweg gelegen is.

34 Deze maatregel kan geimplementeerd worden indien er sprake is van hinder.

35 De techniek vraagt een grote initiële investering. Op basis van financiële en bedrijfsspecifieke toestand is het aangewezen om de techniek in te zetten.

36 Op basis van de beschikbare meetgegevens kan niet beoordeeld worden of deze techniek voldoende is en of verder filtertechnieken BBT zijn. Er zijn technologieën beschikbaar die verdere zuivering mogelijk maken. In Hoofdstuk 6 wordt dan ook aanbevolen om een meetcampagne op te zetten.