Beschikbare milieuvriendelijke technieken

In dit deel bespreken we de technieken die wasserijen en linnenverhuurders kunnen toepassen om milieuhinder te voorkomen of te beperken.

Bij de bespreking van de milieuvriendelijke technieken komen onderstaande punten aan bod:

  • een beschrijving (van de techniek)
  • de technische haalbaarheid
  • de voor- en nadelen voor het milieu
  • de financiële aspecten

De informatie in deel vormt de basis voor de selectie van de BBT. Het feit dat een techniek hier aan bod komt, betekent dus niet per definitie dat deze techniek een BBT is.

Toon enkel technieken...
Aspecten
...op...
Beste beschikbare techniek
Milieuvriendelijke techniekTechnische aspectenMilieuaspectenBBT
BewezenInterne veiligheidKwaliteitGlobaal - technischWaterverbruikAfvalwaterLuchtAfvalEnergieChemicaliënGlobaal - milieuEconomisch
Aanvoer vuile was
Wasbare zakken/bakkenvgtg 2
Gescheiden inzamelen verpakkingJa
Sorteren was
Wasgoed goed sorterenJa
Niet – acceptatie van wasgoedNee
Wassen
Gebruik monosfere harsen voor de wateronthardingJa
Omgekeerde osmose voor wateronthardingNee
Omgekeerde osmose voor ontharding water stoomketelsJa
Optimale belading wasmachine voor een minimaal waterverbruik - manueel beladenJa
Optimale belading wasmachine voor een minimaal waterverbruik - met gekoppeld weegsysteemJa
Keuze van het wasmiddel - Vervangen van EDTA als waterontharder – complexerend middel door carboxylatenJa
Percarbonaten als bleekmiddelJa 3
Perazijnzuur als bleekmiddelJa 4
Waterstofperoxide als bleekmiddelJa 5
Gebruik van aangepaste wasmiddelen voor het wassen bij lagere temperatuurJa
Gebruik van aangepaste wasmiddelen zodat het waterverbruik afneemt bij wastunnelsJa
Gebruik van aangepaste wasmiddelen zodat het waterverbruik afneemt bij waszwierdersJa
Gebruik bulk en retour verpakkingvgtg 6
Rechtstreeks hergebruik water bij waszwierders via buffertankvgtg 10
Hergebruik water bij wastunnels na microfiltratievgtg
Hergebruik water bij wastunnels na ultrafiltratievgtg
Hergebruik water bij wastunnels na ROvgtg
Wastunnel met gekoppelde spoelcentrifugeNee
Spoelen met warm waterJa
Gebruik van krachtige centrifuges en persenvgtg 15
Drogen
Mangeldrogen - Gasgestookte mangelvgtg 17
Mangeldrogen - Optimale belegging van de mangelJa
Mangeldrogen - Uitzetten van de mangel tijdens korte pauzes of onderbrekingen/manueel of mbhv fotocelvgtg 18
Mangeldrogen - Plaatsen van mangelkappenJa
Mangeldrogen - Terugvoeren van de lucht van de laatste mangelrolNee
Droogtrommel - Gasgestookte drogervgtg 21
Droogtrommel - Optimale belading droogtrommelJa
Droogtrommel - Recirculatie drogerluchtJa
Droogtrommel - Efficiënte procesvoering – drogertijd - d.m.v. infrarood temperatuurmetingJa
Droogtrommel - Efficiënte procesvoering – drogertijd - d.m.v. vochtmetingNee
Tunnelfinisher - Gasverwarmde tunnelfinishervgtg
Drogers algemeen - Regelmatig onderhouden van de drogersJa
Verpakken en leveren
Sensibiliseren klant voor alternatieve verpakkingJa
Stoomproductie en energieverbruik
Regelmatig onderhouden van ketel en branderJa
Isoleren van leidingen en buffervat warm waterJa
EconomizerJa
Gebruik van flashstoom in de sopfasevgtg
Terugwinnen van warmte voor de productie van warm water - uit rookgassen en rookgascondensorJa
Terugwinnen van warmte voor de productie van warm water - uit de flashstoomJa
Terugwinnen van warmte voor de productie van warm water - uit afvalwaterJa
Terugwinnen van warmte voor de productie van warm water - uit de vochtige lucht van mangels en drogersJa
Stoomloze wasserij 31
ZonneboilerNee 33
WarmtekrachtkoppelingNee 35
WarmtepompNee 37
Good housekeeping
PersluchtJa
VerlichtingJa
MilieumanagementsysteemJa
Plaatsen van water- en elektriciteitsmetersJa
Tijdig vervangen van machinesJa
Gebruik van polyester katoen ipv katoen Ja
End-of-pipe waterzuivering 38
Primaire zuivering - ZevenJa 39
Primaire zuivering - Zandvangvgtg 41
Primaire zuivering - Buffertankvgtg 43
Secundaire zuivering - biologisch 44
Actief slibsysteemvgtg 46
Biorotorvgtg 48
Biomembraaninstallatievgtg 50
Plantensyteem, rietveld 51vgtg 52
Secundaire zuivering - fysico-chemisch - Fysico-chemische zuiveringvgtg 53
Tertiaire zuivering - OzonisatieNee 55
Tertiaire zuivering - UV + waterstofperoxideNee 57
Tertiaire zuivering - Granulair actiefkoolNee 59
Tertiaire zuivering - MembraantechniekenNee 60
Membraantechniek - procesgeïntegreerde UF-filter op wastunnels voor verwijdering van PAK’s en zware metalenNee 62
  • Legende
  • ++
    Zeer positief effect
  • +
    Positief effect
  • 0/+
    Mogelijk positief effect
  • +/-
    Enerzijds negatief, anderzijds positief effect
  • 0/-
    Mogelijk negatief effect
  • -
    Negatief effect
  • --
    Zeer negatief effect

1 Negatief in het geval van geïnfecteerde was van bv. ziekenhuizen.

2 Negatief in het geval van geïnfecteerde was van bv. ziekenhuizen.

3 Uitzondering: linnen van de vleesverwerkende nijverheid: bij dit type van wasgoed dient nog steeds een bleekmiddel op chloorbasis gebruikt te worden

4 Uitzondering: linnen van de vleesverwerkende nijverheid: bij dit type van wasgoed dient nog steeds een bleekmiddel op chloorbasis gebruikt te worden

5 Uitzondering: linnen van de vleesverwerkende nijverheid: bij dit type van wasgoed dient nog steeds een bleekmiddel op chloorbasis gebruikt te worden

6 Voor kleinere wasserijen: courant gebruikte wasmiddelen: retourverpakking BBT; sporadische gebruikte wasmidden: wegwerpverpakkingen. Voor grote wasserijen: courant gebruikte wasmidden: bulkverpakkingen BBT; sporadisch gebruikte wasmiddelen: retourverpakking BBT.

7 Deze techniek is bewezen en wordt toegepast in de wasserijsector. Nieuwe machines zijn echter niet standaard uitgerust met een dubbele aflaat en buffertank. De systemen zijn meestal eigen ontwerpen van de wasserij-uitbaters.

8 De hoeveelheid afvalwater zal afnemen, maar de concentratie aan vervuilende stoffen zal toenemen, door intenser gebruik van het water. De vracht blijft dezelfde.

9 De investeringen (kosten) gaan gepaard met besparingen van water en energie (baten). De terugverdientijd is afhankelijk van de grootte van de installatie.

10 Deze techniek is bewezen en wordt toegepast in de wasserijsector. Nieuwe machines zijn echter niet standaard uitgerust met een dubbele aflaat en buffertank. De systemen zijn meestal eigen ontwerpen van de wasserij-uitbaters.

11 De investeringen (kosten) gaan gepaard met besparingen van water en energie (baten). De terugverdientijd is afhankelijk van de grootte van de installatie.

12 De investeringen (kosten) gaan gepaard met besparingen van water en energie (baten). De terugverdientijd is afhankelijk van de grootte van de installatie.

13 De investeringen (kosten) gaan gepaard met besparingen van water en energie (baten). De terugverdientijd is afhankelijk van de grootte van de installatie.

14 Op voorwaarde dat het spoelwater wordt voorverwarmd met restwarmte uit het droogproces.

15 Enkel bij nieuwe installaties of vervangen van machines in bestaande installaties.

16 Op voorwaarde dat er aardgas aanwezig is.

17 Op voorwaarde dat er aardgas aanwezig is.

18 Wanneer het gaat om stoomverwarmde mangels, dan blijven deze beter doordraaien, omdat het aan- en afzetten voor korte pauzes een negatieve werking heeft op de stoomketel. BBT voor gasverwarmde mangels, geen BBT voor stoomverwarmde mangels.

19 Het is beter de juiste keuze van mangel te maken (2 roller of 3 roller) ipv te investeren in de terugvoer van de lucht van de derde mangelrol. Het is dan ook geen BBT bij een 3-roller.

20 Op voorwaarde dat er aardgas aanwezig is.

21 Op voorwaarde dat er aardgas aanwezig is.

22 Op voorwaarde dat er aardgas aanwezig is.

23 Aan deze techniek zijn investeringen (kosten) verbonden, maar deze leiden tot een besparing van de energiekost.

24 Aan deze techniek zijn investeringen (kosten) verbonden, maar deze leiden tot een besparing van de energiekost.

25 Aan deze techniek zijn investeringen (kosten) verbonden, maar deze leiden tot een besparing van de energiekost.

26 Deze techniek is enkel interessant bij voldoende grote stoomnetten, dus enkel van toepassing in grote wasserijen.

27 Aan deze techniek zijn investeringen (kosten) verbonden, maar deze leiden tot een besparing van de energiekost.

28 Aan deze techniek zijn investeringen (kosten) verbonden, maar deze leiden tot een besparing van de energiekost.

29 Aan deze techniek zijn investeringen (kosten) verbonden, maar deze leiden tot een besparing van de energiekost.

30 Aan deze techniek zijn investeringen (kosten) verbonden, maar deze leiden tot een besparing van de energiekost.

31 Het gaat om een concept, niet om een technologie op zich. Het concept dient in overweging genomen te worden bij het plaatsen van een nieuwe wasserij. Het is echter geen BBT op zich.

32 Deze techniek heeft globaal genomen een positief milieu-effect, maar wordt binnen de wasserijsector niet als globaal positief beschouwd, omdat technieken om warmte te recupereren op de eerste plaats moeten komen.

33 Deze techniek heeft globaal genomen een positief milieu-effect, maar wordt binnen de wasserijsector niet als globaal positief beschouwd, omdat technieken om warmte te recupereren op de eerste plaats moeten komen.

34 Deze techniek heeft globaal genomen een positief milieu-effect, maar wordt binnen de wasserijsector niet als globaal positief beschouwd, omdat technieken om warmte te recupereren op de eerste plaats moeten komen.

35 Deze techniek heeft globaal genomen een positief milieu-effect, maar wordt binnen de wasserijsector niet als globaal positief beschouwd, omdat technieken om warmte te recupereren op de eerste plaats moeten komen.

36 Deze techniek heeft globaal genomen een positief milieu-effect, maar wordt binnen de wasserijsector niet als globaal positief beschouwd, omdat technieken om warmte te recupereren op de eerste plaats moeten komen.

37 Deze techniek heeft globaal genomen een positief milieu-effect, maar wordt binnen de wasserijsector niet als globaal positief beschouwd, omdat technieken om warmte te recupereren op de eerste plaats moeten komen.

38 Zie nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT.

39 Zie bijlage 5 nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT

40 Dit is van toepassing wanneer matten en tapijten gewassen worden.

41 Dit is van toepassing wanneer matten en tapijten gewassen worden.

42 Enkel voor oppervlaktewaterlozers. Bij bestaande kleinere wasserijen kan plaatsgebrek een probleem zijn om een buffertank te plaatsen.

43 Enkel voor oppervlaktewaterlozers. Bij bestaande kleinere wasserijen kan plaatsgebrek een probleem zijn om een buffertank te plaatsen.

44 Zie bijlage 5 nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT - Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slech

45 Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slecht een beperkt aantal, grotere wasserijen, die momenteel op oppervlaktewater lozen.

46 Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slecht een beperkt aantal, grotere wasserijen, die momenteel op oppervlaktewater lozen.

47 Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slecht een beperkt aantal, grotere wasserijen, die momenteel op oppervlaktewater lozen.

48 Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slecht een beperkt aantal, grotere wasserijen, die momenteel op oppervlaktewater lozen.

49 Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slecht een beperkt aantal, grotere wasserijen, die momenteel op oppervlaktewater lozen.

50 Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slecht een beperkt aantal, grotere wasserijen, die momenteel op oppervlaktewater lozen.

51 Nadeel van deze techniek is het groot ruimtebeslag

52 Enkel BBT voor oppervlaktewaterlozers. De kostenhaalbaarheid van de eerste 3 systemen is minder evident voor kleinere wasserijen. Doch nu loost meer dan 90% op riool. Het zijn slecht een beperkt aantal, grotere wasserijen, die momenteel op oppervlaktewater lozen.

53 Enkel wanneer het geloosde afvalwater debiet groter is dan 100 m³/d en de zinkconcentratie groter is dan 25 keer de BMKN, zowel voor oppervlaktewaterlozers als voor rioollozers.

54 Getest op laboschaal op afvalwater van de wasserijsector.

55 Zie bijlage 5 nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT

56 Getest op laboschaal op afvalwater van de wasserijsector.

57 Zie bijlage 5 nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT

58 Getest op laboschaal op afvalwater van de wasserijsector.

59 Zie bijlage 5 nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT

60 Zie bijlage 5 nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT

61 Er werd mondeling door de leverancier aangegeven dat de PAK’s verwijderd werden in een pilootproef. Er zijn echter geen meetgegegevens beschikbaar.

62 Zie bijlage 5 nota end-of-pipe technieken over de motivering bij de BBT